|
|
|
|
| 24 april 2011 - Paaszondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen: Handelingen
10,34.37-43
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Enkele maanden geleden heb ik het meegemaakt hoe een man die dodelijk ziek was, toch in alle sereniteit en overgave afscheid kon nemen, met in de geest het ontluikend besef van een nieuw leven dat hem te wachten stond. Ook al leefde hij met de dood voor ogen, toch was er voor hem al een leven voorbij de dood. Mensen die dit van dichtbij hebben meegemaakt, kunnen daarover niet zwijgen. Ook de leerlingen van Jezus konden niet zwijgen over wat ze meegemaakt hadden. In het verhaal van het evangelie is Maria Magdalena in paniek als ze de ontdekking doet van een leeg graf. Ze gaat haastig Petrus en Johannes verwittigen. De twee gaan dan op hun beurt naar het graf, waar Johannes het eerst aankomt maar niet binnen gaat. Hij laat Petrus, die de oudste en de voornaamste in rang is, voorgaan. Dat hoorde zo. Maar eenmaal binnen wordt van Johannes gezegd: ‘Hij zag en geloofde.’ Je kunt je de vraag stellen: wat heeft hij gezien? Jezus was daar niet meer. Hij heeft de Verrezene dan ook niet gezien. Hij zag enkel de zwachtels en de zweetdoek die daar waren blijven liggen. Die zwachtels en die zweetdoek vormden geen bewijs, maar waren een verwijzing in beeldtaal naar Jezus, die bij zijn geboorte in doeken gewikkeld in de kribbe werd gelegd, en die nu – als volwassene – in het graf de zwachtels en zweetdoek heeft afgelegd en een nieuw leven is binnengetreden: een leven bij God. Het verhaal heeft dezelfde bedoeling als wat de cineast van de film wou overbrengen: ‘Montrer le mystère de l’incarnation pascale.’ Dit paasgeloof is niet vanzelfsprekend. Het blijft een geloofspunt dat gebaseerd is op een dubbel fundamenteel vertrouwen. Het vertrouwen dat God zo groot is dat Hij al onze
categorieën van denken en leven overstijgt; dat Hij zijn schepping de
levensadem geeft en dat Hij haar in zijn liefdevolle nabijheid trouw
blijft. Het leven van de monniken in de abdij van Tibhirine was daar een
perfecte illustratie van. Jezus van Nazareth was daarbij hun voorbeeld.
Hij heeft zichzelf gegeven tot het uiterste toe en werd door lijden en
dood heen verheven tot de geliefde Zoon van God. De paasboodschap gaat niet enkel over leven voorbij de dood, maar ook over leven vóór de dood. En dat wordt zichtbaar waar mensen het goede doen en zich niet verbergen achter de letter van de wet. Waar mensen nieuwe kansen krijgen door vergevingsgezind te zijn en het kwade te overwinnen door het goede te doen. Waar mensen die op een ‘dood punt’ zijn aanbeland weer overeind kunnen komen. Overal waar dat gebeurt, komt Jezus’ inspiratie in ons midden weer tot leven. Dit alles wil wij hier samen blijven vieren en verkondigen. En daarom wensen wij u allen en wensen wij ook elkaar een zalig paasfeest. Gerard Braet o.p., Knokke |