|
|
|
|
| 27 februari 2011 - Achtste zondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Jesaja 49,14-15
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
De vraag is dan: hoe ga je om met die zorgen? Overmeesteren ze je, zodat je er helemaal kapot van bent? Of ontwikkel je voldoende levenskracht om er wat afstand van te nemen, zodat ze je niet verpletteren – levenskracht die je doet ervaren dat het leven meer is dan enkel maar kommer en kwel. Er zijn mensen die van nature die levenskracht in zich hebben, die niet zo vlug de moed zullen verliezen of bezwijken onder de problemen waarmee zij geconfronteerd worden. Anderen hebben het moeilijker en geraken gemakkelijk gedeprimeerd. Kan de boodschap van het evangelie ons iets
bijbrengen om op een goede manier met onze zorgen om te gaan? Wanneer Jezus het over geloof heeft, bedoelt hij daarmee dat oneindig Godvertrouwen. Wie in zich de zielskracht bezit om met zo’n geloof in het leven te staan, die zal alles bekijken vanuit een ander, een nieuw perspectief. Een perspectief waar God bij betrokken is: in momenten van succes of mislukking, geboorte of dood, ziekte of gezondheid. We ervaren Hem dan als een God die ons rakelings nabij is, maar soms ook, op een pijnlijke manier, als de grote Afwezige. Wie zich, ondanks mislukking of tegenslag, ondanks zorgen of problemen, met zijn gevoel en zijn verstand toch nog blijft toevertrouwen aan God, die mag de sterkte van zijn geloof ervaren: ‘Uw vertrouwen is uw redding.’ Of, zoals het dikwijls met andere woorden omschreven wordt in het evangelie: ’Uw geloof heeft u gered.’ Geloof en vertrouw er maar op dat God met jou begaan is. ’Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren. Het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?’ Deze wat poëtische klinkende tekst komt wat dichter bij de realiteit van het dagelijkse leven als hij gelezen wordt in de context van het door Jezus aangekondigde Jubeljaar. In het Jubeljaar dat volgens de Joodse wet om de zeven jaar moest worden gevierd, moesten de velden braak blijven liggen en kon er niet geoogst worden. Begrijpelijk dat de mensen opzagen tegen zo’n jaar en zich afvroegen wat ze zouden eten en drinken, als ze niet mochten zaaien en oogsten. Het is op die vragen dat Jezus een antwoord wil geven: wees niet verontrust, want jullie Vader weet dat je al deze dingen nodig hebt. Maar zoekt eerst zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid, en al die dingen zullen jullie erbij gegeven worden. Net zoals in een Jubeljaar was ook de wekelijkse sabbat een dag waarop niet gewerkt mocht worden, een daad van Godsvertrouwen. De sabbat was de dag die vrij gehouden werd om zich te bezinnen over waar het in het leven uiteindelijk om gaat. Niet de zorgen krijgen het laatste woord, maar de dank en het vertrouwen in de Schepper van alles wat bestaat. Om af te sluiten citeer ik een tekst die u hier in de pandgang achteraan kunt lezen.
Gerard Braet o.p., Knokke |