|
|
|
|
| 13 februari 2011- Zesde zondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Jezus Sirach 15,15-20
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Misschien is het u ontgaan
– alle begrip daarvoor want er waren de jongste maanden in de media
zoveel andere dingen te zien, te horen en te lezen over de Kerk – maar
onlangs heeft de paus zich wel erg positief uitgelaten over de dialoog
met het Jodendom. Hij raadt christenen zelfs aan om met de Joden samen
de Bijbel te lezen en te bestuderen. Daarmee zet Benedictus XVI een
flinke stap voorwaarts in de oecumenische toenadering, door het tweede
Vaticaans Concilie ingezet. Eerder had Johannes-Paulus II erkend dat het
christelijk antisemitisme - met alle excessen waartoe die haatgevoelens
geleid hebben, denk o.m. aan de Holocaust - te wijten is aan
"onjuiste en onrechtvaardige interpretaties van het Nieuwe
Testament". Jezus en zijn leerlingen waren integendeel
godsgetrouwe joden in hart en nieren. Vooral Matteüs heeft dat
herhaaldelijk benadrukt. Onder meer in de evangeliepassage die we
daarnet gehoord hebben, waar hij Jezus laat zeggen: "Denkt niet dat
Ik gekomen ben om Wet en Profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om
af te breken, maar om te vervullen"
Twee vragen dringen zich hierbij op: Wet en Profeten Dat hebreeuwse woord 'Thora' wordt gewoonlijk
vertaald door 'de Wet'. In onze oren heeft 'wet' een juridische klank:
spelregels waaraan iedereen zich te houden heeft op straffe van. Die
juridische dimensie zit niet in het oorspronkelijke woord 'Thora'. We
kunnen dus beter spreken van 'richtsnoer', van 'aanwijzing': in de
verhalen over de schepping en over de manier waarop God en zijn volk
destijds in goede en kwade dagen met elkaar omgingen, vindt de gelovige
Jood aanwijzingen hoe God wenst dat mensen nu met God en met hun
medemensen omgaan.
Profeten waren religieuze voormannen die in latere
eeuwen de Thora interpreteerden en aan het joodse volk duidelijk maakten
hoe het te leven had om God welgevallig te zijn. Ze leverden ook kritiek
op wie zomaar zijn eigen gangetje ging. In de loop van de geschiedenis
zijn toespraken van bepaalde profeten - Jesaja, Jeremia, Amos, Sefanja
bijvoorbeeld - te boek gesteld. Een aantal daarvan zijn bewaard gebleven
en werden ook opgenomen in ons Oude/Eerste Testament. Profetische
geschriften zijn in de joodse traditie dus een nadere toelichting, een
eigentijdse actualisering van de 'Thora'.
Wanneer Jezus dus zegt dat Hij niet gekomen is om Wet
en Profeten af te schaffen, dan geeft Hij daarmee te kennen dat Hij
trouw is aan de joodse traditie, aan zijn eigen religieus verleden, aan
het geloof van de voorvaderen. Hij onderschrijft 'Wet en Profeten' tot
de laatste komma (v.18) en komt die vervullen. Wat betekent dat laatste?
Farizeïsme Schriftgeleerden en Farizeeën vertegenwoordigden ten
tijde van Jezus een bepaalde strekking binnen het Jodendom: zij waren de
mannen van de letter van de wet. Zij degradeerden de Thora tot een
wetboek. Ik zeg 'degraderen', want wanneer je van een 'aanwijzing', een
'richtlijn' een letterlijk na te leven regel maakt, dan kun je wel eens
uitkomen bij het tegenovergestelde van wat die richtlijn beoogt. Jezus, de gelovige Jood, heeft nooit het Jodendom als
zodanig bekritiseerd, maar wel de farizeïsche strekking binnen het
Jodendom.
Vervullen Daar staat: "U zult niet doden". Dat
impliceert, zegt Jezus, meer dan alleen maar een wettelijk verbod op
moord en doodslag. Je mag je medemens ook niet doodzwijgen, je mag hem
ook niet kapot maken met je geroddel. Geen wet die dat kan bestraffen,
maar God roept je daarvoor wel ter verantwoording. En als het tussen jou
en je broeder toch scheef zit, loop dan niet naar de kerk maar naar je
broeder en verzoen je met hem. Daarna ben je welkom bij God.
Er staat in de Thora: "U zult geen echtbreuk
plegen". Maar, zegt Jezus, trouw en ontrouw is niet alleen een
kwestie van het juiste of het verkeerde bed. Met je blikken, in je
fantasie of anderszins een medemens tot lustobject reduceren - of dat nu
je partner is of iemand anders - doet geen recht aan wat God voor ogen
stond toen Hij de mens schiep naar zijn beeld.
Er staat in de Thora: "U zult uw eed niet
breken". Natuurlijk mag je dat niet. Maar ik zeg jullie: je hoeft
niet te zweren en God tot getuige roepen dat je de waarheid spreekt. Zeg
'ja' als het 'ja' is, en 'neen' als het 'neen' is. En als je dat altijd
doet, dan weten de mensen dat ze je kunnen vertrouwen.
Heiligheid Wie zich inzet om Gods droom waar te maken, dat is
toch een heilig mens? Heiligheid heeft dus alles met
mensvriendelijkheid, leefbaarheid en warmte te maken. Zo eenvoudig is
dat. Maar ook zo moeilijk. Want dat is vallen en opstaan.
Marc Christiaens o.p. (Schilde) |