13 februari  2011- Zesde zondag afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jezus Sirach 15,15-20
Matteüs 5,17-37

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Jezus over het Jodendom

 

Misschien is het u ontgaan – alle begrip daarvoor want er waren de jongste maanden in de media zoveel andere dingen te zien, te horen en te lezen over de Kerk – maar onlangs heeft de paus zich wel erg positief uitgelaten over de dialoog met het Jodendom. Hij raadt christenen zelfs aan om met de Joden samen de Bijbel te lezen en te bestuderen. Daarmee zet Benedictus XVI een flinke stap voorwaarts in de oecumenische toenadering, door het tweede Vaticaans Concilie ingezet. Eerder had Johannes-Paulus II erkend dat het christelijk antisemitisme - met alle excessen waartoe die haatgevoelens geleid hebben, denk o.m. aan de Holocaust - te wijten is aan "onjuiste en onrechtvaardige interpretaties van het Nieuwe Testament".
Daarmee gaf hij toe dat de Kerk eeuwenlang ten onrechte verkondigd heeft dat Jezus zich tegen het Jodendom heeft afgezet en dat de joden Hem daarom vermoord hebben.

 

Jezus en zijn leerlingen waren integendeel godsgetrouwe joden in hart en nieren. Vooral Matteüs heeft dat herhaaldelijk benadrukt. Onder meer in de evangeliepassage die we daarnet gehoord hebben, waar hij Jezus laat zeggen: "Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om af te breken, maar om te vervullen"

Twee vragen dringen zich hierbij op:
- Wat betekent 'Wet en Profeten'?
- Wat bedoelt Jezus als Hij zegt dat Hij gekomen is om Wet en Profeten te vervullen?

Wet en Profeten
Volgens de joodse traditie heeft God zich geopenbaard in de schepping en in de manier waarop Hij met zijn volk in de loop van de geschiedenis is omgegaan. Dat alles werd neergeschreven in wat de joden 'de Thora' noemen, en wat voor ons de eerste vijf boeken van het Oude/Eerste Testament zijn. Het auteurschap van die vijf boeken wordt aan Mozes toegeschreven, de grootste profeet die de joodse traditie kent. [Historisch onderzoek heeft aangetoond dat Mozes die nooit kan geschreven hebben, maar dat is hier niet ter zake].

Dat hebreeuwse woord 'Thora' wordt gewoonlijk vertaald door 'de Wet'. In onze oren heeft 'wet' een juridische klank: spelregels waaraan iedereen zich te houden heeft op straffe van. Die juridische dimensie zit niet in het oorspronkelijke woord 'Thora'. We kunnen dus beter spreken van 'richtsnoer', van 'aanwijzing': in de verhalen over de schepping en over de manier waarop God en zijn volk destijds in goede en kwade dagen met elkaar omgingen, vindt de gelovige Jood aanwijzingen hoe God wenst dat mensen nu met God en met hun medemensen omgaan.

Profeten waren religieuze voormannen die in latere eeuwen de Thora interpreteerden en aan het joodse volk duidelijk maakten hoe het te leven had om God welgevallig te zijn. Ze leverden ook kritiek op wie zomaar zijn eigen gangetje ging. In de loop van de geschiedenis zijn toespraken van bepaalde profeten - Jesaja, Jeremia, Amos, Sefanja bijvoorbeeld - te boek gesteld. Een aantal daarvan zijn bewaard gebleven en werden ook opgenomen in ons Oude/Eerste Testament. Profetische geschriften zijn in de joodse traditie dus een nadere toelichting, een eigentijdse actualisering van de 'Thora'.

Wanneer Jezus dus zegt dat Hij niet gekomen is om Wet en Profeten af te schaffen, dan geeft Hij daarmee te kennen dat Hij trouw is aan de joodse traditie, aan zijn eigen religieus verleden, aan het geloof van de voorvaderen. Hij onderschrijft 'Wet en Profeten' tot de laatste komma (v.18) en komt die vervullen. Wat betekent dat laatste?

Farizeïsme
Jezus zegt eerst wat Hij niet bedoelt: "Als jullie gerechtigheid niet méér betekent dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, zul je het koninkrijk der hemelen zeker niet binnengaan."

Schriftgeleerden en Farizeeën vertegenwoordigden ten tijde van Jezus een bepaalde strekking binnen het Jodendom: zij waren de mannen van de letter van de wet. Zij degradeerden de Thora tot een wetboek. Ik zeg 'degraderen', want wanneer je van een 'aanwijzing', een 'richtlijn' een letterlijk na te leven regel maakt, dan kun je wel eens uitkomen bij het tegenovergestelde van wat die richtlijn beoogt.
Een voorbeeld (Matteüs 12,9-14). Jezus geneest iemand op de sabbat. De Farizeeën geven Hem ervan langs want volgens hen druist dat in tegen de voorgeschreven sabbatrust. Maar volgens hun strikte interpretatie mag iemand zijn schaap, dat toevallig op de sabbat in een beek is gesukkeld, er wel uithalen. Ze accepteren dus uitzonderingen als het eigenbelang in het geding is, maar niet om iemand anders te helpen.
Van dat soort kromme redeneringen krijgt Jezus het op de heupen. "Ware gerechtigheid steekt torenhoog uit boven wat Farizeeën en schriftgeleerden ervan maken". En sindsdien is 'Farizeeër' synoniem van 'schijnheilige'.

Jezus, de gelovige Jood, heeft nooit het Jodendom als zodanig bekritiseerd, maar wel de farizeïsche strekking binnen het Jodendom.

Vervullen
Voor Hem is ware gerechtigheid: ten volle aan het licht brengen van wat de Thora en de profetische geschriften beogen: harmonie tussen de mens en God, en tussen mensen onderling. ‘Harmonie’ is meer dan 'zich houden aan de spelregels'. Het betekent ook: je hart op de juiste plaats dragen, mensvriendelijke en godvriendelijke ingesteldheid. Jezus illustreert dat in dit evangelie met enkele voorbeelden uit de tien geboden die in de Thora - het boek Exodus (20, 2-17) - opgetekend staan.

Daar staat: "U zult niet doden". Dat impliceert, zegt Jezus, meer dan alleen maar een wettelijk verbod op moord en doodslag. Je mag je medemens ook niet doodzwijgen, je mag hem ook niet kapot maken met je geroddel. Geen wet die dat kan bestraffen, maar God roept je daarvoor wel ter verantwoording. En als het tussen jou en je broeder toch scheef zit, loop dan niet naar de kerk maar naar je broeder en verzoen je met hem. Daarna ben je welkom bij God.

Er staat in de Thora: "U zult geen echtbreuk plegen". Maar, zegt Jezus, trouw en ontrouw is niet alleen een kwestie van het juiste of het verkeerde bed. Met je blikken, in je fantasie of anderszins een medemens tot lustobject reduceren - of dat nu je partner is of iemand anders - doet geen recht aan wat God voor ogen stond toen Hij de mens schiep naar zijn beeld.

Er staat in de Thora: "U zult uw eed niet breken". Natuurlijk mag je dat niet. Maar ik zeg jullie: je hoeft niet te zweren en God tot getuige roepen dat je de waarheid spreekt. Zeg 'ja' als het 'ja' is, en 'neen' als het 'neen' is. En als je dat altijd doet, dan weten de mensen dat ze je kunnen vertrouwen.

Heiligheid
"Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten af te breken maar om ze te vervullen." Jezus, de gelovige jood, komt dus - tegen de Farizeeën in - de Thora - Gods plan met de mens - in ere herstellen. Hij wil mensen bevrijden uit het karkas van het legalisme, de schijn van heiligheid doorprikken, aangeven hoe we de wereld mensvriendelijker, leefbaarder, warmer kunnen maken. Hem maken zoals God hem heeft gedroomd.

Wie zich inzet om Gods droom waar te maken, dat is toch een heilig mens? Heiligheid heeft dus alles met mensvriendelijkheid, leefbaarheid en warmte te maken. Zo eenvoudig is dat. Maar ook zo moeilijk. Want dat is vallen en opstaan.

Marc Christiaens o.p. (Schilde)