30 januari  2011 - Vierde zondag afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Sefanja 2,3.3,12-13
Matteüs 5,1-12

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Gelukwensen

 

Veronderstel dat een predikant zijn toehoorders feliciteert omdat ze arm van geest zijn. 'Arm van geest' noemen we iemand die een beetje simpel is, verstandelijk niet erg begaafd. Ze zullen zich beledigd voelen. Dan nog liever gelukgewenst gewoon omdat we arm zijn, zullen ze denken, hoewel ze dat ook niet gaarne horen.
We zitten in onze maag met de evangelische gelukwensen. Er is uitleg bij nodig om hun boodschap niet verkeerd te doen overkomen.

 

We kunnen ons laten helpen door de lezing uit de profeet Sefanja. Geen gelukwensen, maar een waarschuwing: 'Zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid, misschien blijven jullie dan gespaard.' Een 'arm en ootmoedig volk vindt zijn toevlucht in de naam van de HEER', zegt de profeet.

'Nederig van hart', zo heten in de Nieuwe Bijbelvertaling de armen van geest. 'Voor hen is het koninkrijk van de hemel.' Niet in de hemel, als ze gestorven zijn, maar hier al en nu.

'Nederig' is volgens Peter Schmidt geen goede vertaling van 'arm van geest'. Matteüs bedoelde wel degelijk de arme mensen, maar dan mensen die wisten dat ze arm waren voor God, dat ze alles wat ze hadden van God hadden gekregen. Gelukkig mag je genoemd worden als je weet dat je ten opzichte van God arm bent, hoe warmpjes je er ook mag in zitten. Je moet geen afstand doen van wat je bezit om de hemel te verdienen. Wie nederig beseft dat hij niets heeft dat hij niet heeft gekregen, aanvaardt dat hij van andere mensen, hoe anders ook, altijd kan leren. Hij mag hopen dat de gerechtigheid van Gods koninkrijk hem ten deel valt.

Aan de hand van de uitleg bij de eerste gelukwens in de reeks van acht kunnen we nu de betekenis van de hele reeks in het licht stellen.

Gelukkig ben je als je treurt om je nood en ellende en die van anderen.
Dan kan je anderen troosten. Je verwacht de uiteindelijke vreugde en troost van God. Dan mag je hopen dat het visioen van het Boek der Openbaring (21,4) in vervulling zal gaan: "Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij."

Gelukkig ben je als je armoede je zachtmoedig maakt.
Dan duldt je niet dat iemand geweld of onrecht wordt aangedaan, maar nooit zal je geweld met geweld bestrijden. Je mag hopen dat God de weg van de zachtmoedigen doet uitlopen in het land dat die weg voltooit.

Gelukkig ben je als geen rust kent zolang je stoot tegen onrecht.
Dan is jouw gerechtigheid groter dan die van de schriftgeleerden en van alle Farizeeën (Matteüs 5,20). Je spant je in om anderen tot hun recht te laten komen, ook als je zelf daarvoor een stukje terrein moet prijsgeven. Je mag hopen dat je uiteindelijk zal kunnen leven zonder nog honger of dorst te lijden.

Gelukkig ben je als je medemensen met barmhartigheid bejegent.
Dan zal je hen hun fouten vergeven, zonder toe geven aan laksheid, en hen helpen hun fouten te herstellen. Je mag dan hopen op Gods barmhartigheid als hij zijn eindoordeel zal uitspreken.

Gelukkig ben je als je zuiver van hart bent.
Dan spreek en handel je zonder verborgen bijbedoelingen. Je 'ja' is ongeveinsd 'ja' en je 'neen' ondubbelzinnig 'neen'. Iedereen mag daarop vertrouwen. Dan mag je hopen dat geen sluier de tekenen verbergt waardoor God zich in je leven wil tonen.

Gelukkig ben je als je vrede brengt.
Vrede bewerk je en herstel je door de wapens van je zelfzucht en je eigen gelijk neer te leggen, door werk te maken van de waarheid dat alle mensen, dichtbij en veraf, zusters en broeders zijn van dezelfde Vader. Dan mag je hopen dat de vrede die Christus zijn volgelingen heeft toegezegd metterdaad gerealiseerd wordt voor hen die je toewenst en die jou toewensen: 'de vrede van de Heer zij met u'.

Gelukkig ben je als je er niet voor terugschrikt vervolgd te worden vanwege de gerechtigheid.
Dan staat je doen en laten afgestemd op de gerechtigheid van Gods koninkrijk. Je krabbelt niet terug je daarvoor wordt uitgelachen, beschimpt en zelfs van kwaad beschuldigd. Dan mag je hopen dat je zal kunnen juichen van vreugde om de grote beloning die het evangelie belooft.

Het moge ons gegeven zijn elkaar, zonder iemand te moeten vleien, in Jezus' naam geluk te kunnen wensen.

J. Andersen 

Inspiratie is geput uit Peter Schmidt, Ongehoord. Christen zijn volgens de Bergrede, Davidsfonds, Leuven 2009, p. 72-106.