|
|
|
|
| 20 maart 2011 - Tweede vastenzondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Genesis
12,1-4
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Mensen worden uitgedaagd het avontuur aan te gaan. Ze worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid, maar het risico zal een blijvende compagnon zijn. Het wordt nooit anders. Het is de ontdekking van Abraham. We kennen wellicht het verhaal van de vader van Abraham die een godenwinkel had. Hij was beeldhouwer en hij maakte godenbeeldjes die Abraham verkocht. Niet eens zo vreemd voor wie ooit in Rome een van de kloosters heeft bezocht waar heiligenrelikwieën aan de lopende band worden gemaakt en verkocht. Voor alle mogelijke doeleinden. Een beetje vergelijkbaar met het bedrijf van Abrahams vader. Ook hij verkocht goden voor van alles en nog wat. Goden zijn er namelijk te over. Minstens één voor elke gelegenheid. Zoals wij ook wel voor elke ziekte of tegenslag een heilige hebben die we met onze gebeden proberen onder druk te zetten. Al jaren staat Abraham op de markt met zijn beeldjes, maar de laatste tijd heeft hij een probleem. Hij gelooft het allemaal niet meer zo erg. Hij ziet de mensen komen die zich rond zijn kraam verdringen. Op zoek naar een god die hen kan helpen, een god aan wie ze vanalles kunnen vragen: een kind, een goede oogst, een liefde, een goed examen, winst voor het voetbalteam. Al die mensen met hun onzekerheid die menen dat ze ergens veiligheid kunnen kopen. Abraham kan het niet meer zien. Hij is er te eerlijk voor. Hij slaat al die beelden aan stukken. Die godenwinkel is één grote illusie die mensen laat geloven dat men zich tegen alles en nog wat kan verzekeren. Dat is niet ‘des mensen’. Hij moet daaruit weg, Abraham. Hij wil het leren: mens worden door op eigen benen te staan. Zelf verantwoordelijkheid op te nemen. Het voelt aan als een roeping. Zonder god leren leven. De ontdekking van die ene roepstem die hem in vrijheid en verantwoordelijkheid op eigen benen leert staan. De stem die alle goden onderuit haalt. Het staat haaks op onze samenleving. Nog nooit is de behoefte om zich te verzekeren zo groot geweest als vandaag. We verzekeren ons voor alles en nog wat. Ons huis, onze auto, ons bedrijf, de benen van de voetballer, de handen van de muzikant, zelfs onze verzekeringen zijn verzekerd. We willen het toeval, indien mogelijk, uitsluiten. Dat maakt namelijk onzeker. En toch weten we dat we dat niet kunnen. Het toeval is alomtegenwoordig. Vraag is of we daar mee kunnen leven. Want dat is een hele kunst. Het veronderstelt een vertrouwen waardoor we de dag van morgen onbevangen aanvatten. Zonder Gott mit uns of God on our side. Maar gelovend in onszelf en in elkaar. Er op vertrouwend dat de kracht ons niet zal ontbreken. Dat hopen we. Want zeker is dat niet. Niets is zeker. Er kan veel verkeerd lopen. De roepstem waaraan Abraham gehoor geeft brengt hem niet in een paradijs zonder zorgen. Het brengt hem bij zijn verantwoordelijkheid voor vandaag. Te doen wat dient gedaan te worden. Dat is niet indrukwekkend. Maar hij leert het doen zonder hulp van een god hierboven. Die god is een illusie. Dat is de ontdekking van Abraham. Zijn geloofsweg is een kritiek op alle instituten en kerken die mensen van alles en nog wat beloven aan zekerheid en veiligheid. Wees niet bang zei Jezus tot zijn leerlingen. Er is wellicht nog nooit zo veel reden geweest om bang te zijn. Wie de politieke situatie in het Midden-Oosten bekijkt, houdt toch maar bang zijn hart vast. Je weet maar niet welke gevolgen het kan hebben. Wie het onvermogen van de naties ziet om wereldwijd verantwoordelijkheid op te nemen voor ons ecologisch welzijn, is verbijsterd over de kloof tussen wat mensen kennen en kunnen en wat ze met die know how weten aan te vangen. Het ziet er inderdaad niet zo goed uit. Er is behoefte aan een vertrouwen dat zich riskeert voorbij het berekenbare. Voorbij het voorspelbare. Het vertrouwen dat het toeval toelaat, dat het ziet als een kans, als iets wat ons toevalt. Wat ons in de schoot geworpen wordt en waar we iets mee kunnen. Vertrouwen in de roepstem die een appel op ons doet. Misschien is dat de weg om vandaag God opnieuw te ontdekken. Geen god die ons sust met valse veiligheid. Maar een God die in ons tot leven wil komen. Geloven in God is dan geloven in jezelf. Niet dat je tot opvallende prestaties in staat hoeft te zijn, of indrukwekkende successen kunt boeken. Maar wel dat je in het wel en wee van het dagelijkse iets kan betekenen voor je medemens, voor de wereld die de jouwe is. Het betekent bovenal geloven dat je niet alles in handen hebt, maar dat je, hoe bescheiden ook, een bijdrage kunt leveren.Een gedaanteverandering die ons anders in het alledaagse plaatst. Ignace D’hert o.p. |